pijl

Terug naar Hamburg: waar Duitsland in 1988 allesbehalve zichzelf was

Het EK-kwalificatieduel tussen Duitsland en Nederland in het Volksparkstadion van Hamburg betekent vrijdagavond een terugkeer naar de plek waar 1988 geschiedenis werd geschreven. Een blik op de manier waarop de Duitsers deze historische avond beleefden.

Door Jeroen van der Zanden, 6 september 2019.

‘Ach, voetbal is slechts een spelletje’, probeerde ARD-commentator Wilfried Luchtenberg de situatie 31 jaar geleden na het laatste fluitsignaal te redden. Diep in zijn hart wist hij dat het ditmaal anders zat. Duitsland had zojuist op een allesbehalve Duitse avond verloren.

Het verloop van de halve finale van het EK is natuurlijk bekend: de rake strafschoppen van Lothar Matthaüs en Ronald Koeman en de winnende treffer van de glijdende Marco van Basten in de 89ste minuut, op aangeven van Jan Wouters. Nederland stond op z’n kop.

Een duik in de Duitse media leert ons - logischerwijs - dat onze oosterburen liever niet meer terugdenken aan de wedstrijd in Hamburg. Het was niet zomaar een verloren wedstrijd, zoals commentator Luchtenberg probeerde te schetsen. Zowel de sfeer als het verloop van de wedstrijd leidde tot frustratie die het land tot op de dag van vandaag zal voelen.

In de halve finale van het Europees kampioenschap verandert de grote voetbalrivaliteit tussen Duitsland en Nederland uiteindelijk in openlijke haat.

‘Negen van de tien keer had ik de inzet van Marco van Basten gekeerd. Helaas was dit schot die tiende keer’, zei de Duitse keeper Eike Immel destijds over het beslissende doelpunt in de 89ste minuut. De rake strafschop van Koeman leidde óók al tot woede bij 'Die Mannschaft'. ‘Iedereen in het stadion zag dat het geen overtreding was, behalve de scheidsrechter’, foeterde Matthäus.

Wie de wedstrijd niet heeft meegemaakt en denkt dat Oranje de overwinning pakte in een stadion waar een typisch Duitse sfeer heerste - vol passie, overgave en soms zelfs een tikje intimiderend - heeft het mis.

De Nederlandse fans bepaalden namelijk de sfeer - ook al waren ze in de minderheid - en de reactie van aanvaller Frank Mill na de wedstrijd in het Volksparkstadion was misschien nog wel het meest veelzeggend. ‘Het was leuk geweest als we vandaag in Duitsland hadden gespeeld’, zei hij.

Of het een uitgelaten sfeer was, zoals Nederlanders dat kunnen? Nee, dat niet. Ons land was er namelijk op gebrand om de nederlaag in de WK-finale van 1974 hoe dan ook recht te zetten en voor sommigen speelde ook de oorlogsgeschiedenis nog een rol. De spanning was voelbaar.

Het Duitse Sport.de omschrijft de stemming van destijds als volgt: ‘Het is 21 juni 1988, de gespannen sfeer is voelbaar voor de 56.110 toeschouwers in het Volksparkstadion van Hamburg. In de halve finale van het Europees kampioenschap verandert de grote voetbalrivaliteit tussen Duitsland en Nederland uiteindelijk in openlijke haat.’

Oliver Bierhoff was ten tijde van 1988 nog geen international, maar beleefde de wedstrijd tegen Oranje als iedere andere Duitser. ‘Het leek in die jaren wel een oorlog’, doelde de huidige teammanager van 'Die Mannschaft' in 2012 op incidenten waarbij Ronald Koeman (hij deed in '88 alsof hij zijn achterwerk afveegde met het shirt van Olaf Thon) en Frank Rijkaard (hij spuugde in 1990 in het haar van Rudi Völler) betrokken waren.

Vandaag de dag is van die vurige rivaliteit geen sprake meer, maar voor eenzelfde wedstrijdverloop zou iedere Nederlander waarschijnlijk tekenen. Wie wordt vanavond in Hamburg de nieuwe Van Basten en bezorgt Duitsland daarmee een nieuwe voetbalkater?

Volg ons op Twitter en Instagram!