pijl

‘De kist was ontzettend zwaar, letterlijk en figuurlijk’

Zondag is het exact tien jaar geleden dat Robert Enke een einde aan zijn leven maakte. De doelman van Hannover 96 en het Duitse nationale elftal leed aan een depressie. Oud-ploeggenoot Arnold Bruggink blikt in een tweedelige monoloog terug op zijn jaren met Enke en het bizarre seizoen 2009/2010. Vandaag: deel 2.

 bananenflanke Bruggink Enke1

Arnold Bruggink (links) bij de kist van Robert Enke. © imago images

Door Martijn Visscher, 9 november 2019.

‘Het was maandagavond 10 november. Dat moment vergeet ik nooit meer. Ik was thuis en zat op de bank. Technisch directeur Jörg Schmadtke belde, maar ik had helemaal geen zin om op te nemen. Hij belde niet veel later nog een keer. Laat maar lekker gaan, dacht ik. Toen ging de thuistelefoon. Dat nummer had alleen ploeggenoot Hanno Balitsch. Ik nam op en Hanno vertelde dat Robert zelfmoord had gepleegd. Hij was voor een trein gesprongen. Vervolgens stortte ik in elkaar. Je waant je in een slechte film. Je gelooft het eerst ook niet. Ik heb Schmadtke nog gebeld om te vragen of het echt waar was. Ja, Arnold, het is echt zo. Diezelfde avond verzamelden spelers en staf in het stadion. Het nieuws verspreidde zich razendsnel. Fotografen stonden ons al op te wachten. Supporters kwamen bijeen en zorgden voor een bloemenzee. Die avond was zó emotioneel.’

bananenflanke Enke shirt

Het ingelijste Hannover-shirt, met de '1' op de borst, bij Bruggink thuis.

‘Teresa had eerder Hanno en keeperstrainer Jörg Sievers in vertrouwen verteld over de situatie van Robert. Dat hij aan een depressie leed en ziek was en dat ze hem goed in de gaten moesten houden. Ik lag vaak met Hanno op een kamer en hij moest zijn verhaal kwijt. Arnold, dit is echt heftig, ik kan dit niet alleen. Toen kwam alles eruit. Hanno vertelde later ook aan Teresa dat ik op de hoogte was. Als we op een dag twee keer moesten trainen, dan mocht Robert tussendoor nooit gaan slapen. Anders zou het kunnen gebeuren dat hij slecht wakker werd, dat hij niks meer wilde. Dan gingen we uit eten of wat anders doen. Een paar weken voor zijn dood speelden we een uitwedstrijd tegen FC Nürnberg. We wonnen en zoals gebruikelijk sta je na afloop dan in een kring op het veld. Iedereen verwachtte dat Robert als aanvoerder iets zou zeggen, maar Hanno nam tot ieders verbazing het woord. Hanno, ik voel helemaal niks, geen emotie, niks. Neem alsjeblieft het woord. Dat had Robert dus tegen Hanno gezegd. Ik schrok toen ik dat van Hanno hoorde. Dat was wel heftig.’

‘Twee dagen voordat Robert een einde aan zijn leven maakte, speelden we thuis tegen Hamburger SV. Het werd 2-2 en een dag later liepen we zoals altijd uit, naast het stadion. Robert was toen heel opgewekt. Wat is hij vrolijk vandaag, zeiden Hanno en ik tegen elkaar. Dat viel ons echt op. Hij was blijkbaar opgelucht over zijn beslissing om een einde aan zijn leven te maken en dat verklaarde zijn gedrag. Dat is ons achteraf verteld door deskundigen. In die week heb ik Robert nog gevraagd hoe het met hem ging. Hij lag op de massagetafel en er was gedoe over zijn contractverlenging. Robert, hoe is het met je? Hij dacht dat het over zijn contract ging. Nee, Robert, dat wil ik niet weten. Hoe is het met je persoonlijk? Hij schrok even. Dat vertel ik je nog wel, Arnold. Niet lang daarna sprong hij voor de trein…’

De kist was ontzettend zwaar, letterlijk en figuurlijk. Toen we terugliepen van het veld naar de tunnel dacht ik maar één ding: als ik het maar houd. Het waren mijn meest bizarre meters ooit op een voetbalveld.

‘Dan ga je jezelf natuurlijk dingen verwijten. Had ik iets moeten doen of iets anders moeten doen? Ik heb daar lange tijd last van gehad. Ik heb individueel met een psycholoog gesproken en dat hielp uiteindelijk wel. Robert was altijd een rustige jongen. Hij kwam dan binnen in de kleedkamer, had zijn eigen ritueeltjes. Soms vrolijk, soms in zichzelf gekeerd. En dan ging hij trainen. Als een beest. En dan dacht je: het zal wel goed met hem gaan. Het bizarre was: Robert had overal over nagedacht. Er kwam een interlandweekend aan en daarom koos hij die maandag uit. Omdat Teresa, de rest van de familie en Hannover 96 dan genoeg tijd hadden om alles te regelen. Robert reed die maandag acht uur lang rond in zijn auto en is bij veel mensen langs geweest. Mensen waarvan hij wist dat ze niks doorhadden. Hij nam afscheid van iedereen.’

‘Zaterdag 15 november herdachten we Robert, samen met 40.000 anderen, in het stadion van Hannover. Teresa had aan mij, Hanno, ploeggenoten Steven Cherundolo, Jiri Stajner, Altin Lala en teammanager Thomas Westphal gevraagd of wij de kist wilden dragen. Zonder twijfel stemden we daarmee in. In de hal stond iedereen te wachten om naar buiten te gaan. Het was voor het eerst dat we toen de hele familie van Robert zagen. Teresa omhelsde iedereen en omdat wij de kist moesten dragen, waren wij als laatste aan de beurt. Ik was de allerlaatste. Bij mij brak Teresa. Voor mijn gevoel hing ze twee minuten om mijn nek. Iedereen dacht: wat gebeurt hier? Ze fluisterde ook iets in mijn oor, maar ik verstond dat niet. Ik heb er nooit meer naar gevraagd. Het was een apart moment en ik wist mij geen houding te nemen. Haar verdriet was voelbaar.’

‘Het Duitse elftal was er ook. Dat voelde voor ons een beetje ongemakkelijk. De focus werd op hen gericht, terwijl wij als ploeggenoten er middenin zaten. Zij konden na de dienst gewoon weer naar huis gaan en hadden nergens meer mee te maken. De kist was ontzettend zwaar, letterlijk en figuurlijk. Toen we terugliepen van het veld naar de tunnel dacht ik maar één ding: als ik het maar houd. Het waren mijn meest bizarre meters ooit op een voetbalveld. Twee weken later moesten we daar weer een wedstrijd spelen. Onwerkelijk. Maar eerst gingen we op bezoek bij Schalke 04. Dat werd de meest emotionele wedstrijd in mijn leven.’

‘De eerste wedstrijd na de dood van Robert. Heel Duitsland leefde met ons mee, maar wij wilden dat duel zo snel mogelijk achter de rug hebben. Er werd geen muziek gedraaid en we kregen van de Schalke-fans applaus toen we het veld opkwamen voor de warming-up. Iedereen had medelijden met ons. We verloren met 2-0, maar dat interesseerde niemand. Ik moest het aanvoerderschap overnemen en na afloop brak ik tijdens een interview. Dat was een pittig moment, maar het was zoals het was. Zo ging het nog zo’n tien wedstrijden door. In elk interview werd er wel gerefereerd aan Robert. Aan de ene kant logisch, maar mentaal zó zwaar. We kropen als team ook echt in de slachtofferrol en pakten in de daaropvolgende twaalf duels slechts een punt.’

‘Onze trainer Andreas Bergmann werd afgerekend op de resultaten, maar zijn ontslag was oneerlijk. Schmadtke gaf later aan dat er dingen doorbroken moesten worden. Zo kwamen er in de winterstop ook spelers bij zoals Arouna Koné. Er hing een groot shirt van Robert in het stadion. Schmadtke wilde dat weg hebben. Wij wilden dat niet, maar we hadden iemand nodig die dat wel deed. Wij vonden onszelf zielig. Ik sloeg de aanvoerdersband in het begin altijd dubbel, zo klein mogelijk. Omdat ik niet de aanvoerder van het elftal was, zo voelde ik dat. Het was dezelfde band die Robert altijd omhad, zo’n grote gele. Er kwam tweespalt in de selectie. De ene helft wilde rouwen, de andere helft wilde door.’

‘Er kwam een moment dat ik, op aanraden van de psycholoog, met een stuk of zes belangrijke jongens samenkwam. Alle neuzen moesten weer dezelfde kant op komen te staan. We stonden onderaan, het kon zo niet langer. Dat was het moment dat het weer ging draaien. Ik ging de aanvoerdersband met trots dragen. We vonden onszelf niet meer zielig, hielden op met klagen en wonnen de uitwedstrijd bij Freiburg met 2-1. Voor mijn gevoel voor het eerst een overwinning in honderd duels. Vlak voor tijd miste Freiburg-spits Papiss Cissé voor een vrijwel leeg doel. Ik heb dat moment nog weleens teruggezien. Eigenlijk onmogelijk dat hij niet scoorde.’

Ik heb zijn dood inmiddels een plek kunnen geven, al heeft dat wel een tijd geduurd. Depressiviteit is een echte ziekte. Dat is mij wel duidelijk geworden. Robert zit voor altijd in mijn hart.’

‘Na een 7-0 nederlaag tegen Bayern München en 3-0 verlies tegen Bayer Leverkusen leek het doek voor ons alsnog te gaan vallen. Degradatie leek onafwendbaar. Maar we versloegen Borussia Mönchengladbach met 6-1. Er kwam een energie los… We waren niet af te stoppen. Een week later moesten we op de laatste speeldag naar Bochum, een directe concurrent. Een Endspiel zoals ze dat in Duitsland zeggen. Ik had toen al besloten dat het mijn laatste seizoen in dienst van Hannover zou zijn. Wij moesten winnen om ons veilig te spelen. Ik voelde me goed, zat vol adrenaline. Ik greep alles aan om die wedstrijd te winnen. De 0-1 kwam van mijn voet, bij de 0-2 gaf ik de assist en nog voor rust werd het 0-3. Daar kwam na rust geen verandering in. De ontlading was enorm. Een soort volksfeest, met 15.000 meegereisde fans. Het was intenser dan al mijn kampioenschappen bij PSV bij elkaar.’

‘Ik was vooral blij dat we dat verschrikkelijke seizoen toch nog op een prettige manier af hebben kunnen sluiten. Er kwamen natuurlijk veel emoties los. Ik liep helemaal leeg, als een ballon. Bij mij thuis hangt een ingelijst Hannover-shirt met een 1 op de borst. Die gingen we op een gegeven moment dragen tijdens dat seizoen. Ter herinnering aan Robert. Tegenwoordig denk ik weleens hoe het met hem zou zijn gegaan als hij nog zou leven. Hij zou nu ook 42 jaar zijn geweest. Zondag is het alweer tien jaar geleden dat hij zelfmoord pleegde. Ik heb het inmiddels een plek kunnen geven, al heeft dat wel een tijd geduurd. Depressiviteit is een echte ziekte. Dat is mij wel duidelijk geworden. Robert zit voor altijd in mijn hart.’

Lees ook deel 1: 'Robert had altijd oog voor anderen, hij was een goed mens'

Heb jij hulp nodig? Neem dan contact op met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24/7 bereikbaar) en 113.nl.